in

Rijke Apple-historie straks in Nederlands Apple Museum

Het design en het gebruiksgemak van Apple-producten drukken al decennialang een stempel op de computerindustrie. Het nieuwe Nederlandse Apple Museum, dat vanaf 2022 open zal zijn voor publiek, belicht die rijke historie. We spreken erover met initiatiefnemer Ed Bindels.

Langs de A2 bij Leidsche Rijn staat een knalrood langgerekt winkelcentrum, dat ook dient als geluidswal. Het heet The Wall en ging in 2009 open. Aan één van de twee uiteinden, in een ruime winkel met een hoge glazen pui, kun je sinds 2019 Apple-producten kopen bij een Premium Reseller die Amac heet. Het is de 47ste vestiging in een keten, waarvan eigenaar Ed Bindels in 2005 het eerste filiaal oprichtte. In The Wall vestigde hij ook zijn hoofdkantoor en in 2020 het restaurant Liemès. 

Een verdieping lager wacht een lege ruimte van 1600 vierkante meter op inrichting. Vanaf 2022 komt daar het nieuwe Nederlandse Apple Museum. De definitieve naam is overigens nog niet bekend op het moment van schrijven.

De collectie van het museum omvat nu al zo’n 5000 Apple-objecten. Daarbij gaat het niet alleen om Apple-apparatuur, maar ook om handleidingen, posters en software. Een groot deel van de collectie komt uit het voormalige Apple Museum in Westerbork. Dat werd tot nu toe door zo’n drie- tot vijfduizend mensen per jaar bezocht, maar moest tijdens de coronacrisis noodgedwongen zijn deuren sluiten.

Opknappen

De machines uit Westerbork verkeren in goede staat, maar dat geldt niet voor alle items binnen de Utrechtse collectie. Sommige items kreeg Bindels cadeau van bevriende Apple-liefhebbers, andere kocht hij aan op online marktplaatsen “Een deel van de items restaureren we alleen aan de buitenkant. We gaan de vergeling tegen. Dat gebeurt, net als bij de kapper, met waterstofperoxide.” 

Andere machines krijgen ook aan de binnenkant een opknapbeurt. Dat is geen overbodige luxe: “Eind 2020 hadden we een Apple IIe kunnen aankopen. Hij stond in het kantoor en een medewerker heeft hem toen aangezet. Dat ging even goed, maar toen klonk er een harde plof en kwam er rook uit de machine. Die computer is veertig jaar oud. Die moet je eerst van binnen schoonmaken, zodat al het stof eruit is en de condensators vervangen, voordat je hem aanzet.”

Voor Bindels persoonlijk hebben de Apple-producten uit de jaren zeventig en tachtig de grootste emotionele waarde. 

Ed Bindels

“Ik werkte toen bij Rotor in Den Dolder, een elektronica- en computerwinkel. In die tijd was er nog geen verschil tussen elektronica en computers. De meeste computers moest je nog helemaal zelf bouwen op basis van elektronicacomponenten. Het bijzondere aan de Apple I was dat je alleen nog maar de behuizing hoefde toe te voegen. Andere computers bestonden vooral uit een berg chips en weerstanden.” 

Dat gold bijvoorbeeld voor de Altair 8800, die in 1975 desondanks een enorme sensatie was. Deze ‘personal computer kit’ werd uitgebreid bewonderd tijdens de eerste bijeenkomst van de Homebrew Computer Club, in maart 1975, in een garage in het Californische Menlo Park. Onder de aanwezigen bevonden zich twee Steves, die samen een paar maanden later samen een bedrijf zouden oprichten: Apple Computers.

De Altair 8800 was een bouwpakket zonder toetsenbord of scherm en hij kostte 495 dollar. Foto: Michael Holley.

Garageperiode

Steve Wozniak werkte naast zijn baan bij HP in de avonduren aan zijn eigen terminal. Daarmee kon hij vanaf een toetsenbord en een scherm inbellen bij een minicomputer. Tijdens de bijeenkomst van de computerclub kreeg hij een inzicht: als hij in zijn eigen terminal ook een microprocessor zou inbouwen, werd het een standalone computer. Maar dan eentje met een toetsenbord en een tv-scherm, in plaats van schakelaars en ledjes. 

“Het hele idee voor een personal computer verscheen in een keer in mijn hoofd”, vertelt hij in het boek ‘Steve Jobs: The Exclusive Biography’ van Walter Isaacson. Diezelfde nacht schetste Wozniak het eerste ontwerp van wat later de Apple I zou worden. Wozniak had op dat moment totaal niet de intentie een computerbedrijf te beginnen. Als een kind van de jaren zestig en sterk beïnvloed door de hackerscultuur, vond hij dat alle informatie gratis toegankelijk moet zijn voor iedereen. Hij wilde het ontwerp van zijn microcomputer dan ook graag delen. 

Zijn vriend Steve Jobs had een ander voorstel: hij kende wel iemand bij zijn werkgever Atari die printplaten zou kunnen tekenen en produceren. Zoiets hadden ze al eerder gedaan, toen Wozniak een digitale versie van een ‘Blue Box’ bouwde: een hackersapparaat dat beltonen exact kon repliceren, waardoor je er wereldwijd gratis mee kon bellen.

Tot grote vreugde, maar ook lichte verbazing van de beide Steves, wilde computerwinkel-uitbater Paul Terrell, die een jaar daarvoor de eerste Byte Shop had geopend, maar liefst 500 dollar per stuk voor de Apple I betalen. Hij had wel een voorwaarde: de computer moest volledig geassembleerd zijn. Hij vertikte het om klanten alleen een bouwpakket te verkopen, waarvoor ze zelf dan ook nog de chips moesten inkopen. 

Jobs transformeerde de garage en delen van het huis van zijn ouders tot werkplaats en kon al snel een paar exemplaren aan Terrell leveren. Die was wat teleurgesteld bij de aanblik van de stapel moederborden. Hij had eigenlijk gehoopt op een iets afgemaakter product, inclusief bekasting, stroomaansluiting, scherm en toetsenbord.

De Apple 1 uit 1976 in het Computer History Museum in Mountain View, Californië. Foto: Arnold Reinhold.

Aanraakexemplaar

De gebrekkige looks van de Apple I werden door de Apple II ruimschoots goedgemaakt. Hoe belangrijk afwerking is, drong voor het eerst goed tot Jobs door tijdens het Personal Computer Festival in Atlantic City in 1976. Hoewel de Apple I en het prototype van de Apple II qua functionaliteit met gemak de concurrentie op de beurs versloegen, ging de aandacht van het publiek toch naar een computer in een strakke metalen behuizing, voorzien van toetsenbord en stroomaansluiting: de SOL-20. 

De Apple IIe zou daarom een kant-en-klare, geïntegreerde machine worden, zo besloot Jobs. Ook kreeg de computer een bijzondere en laagdrempelige behuizing van plastic. De keuze voor dat materiaal werd geïnspireerd door een foodprocessor van het merk Cuisinart, waarvan Jobs het ontwerp bewonderde.

Een Apple IIe zal ook deel uitmaken van de tentoonstelling in het Apple Museum. Die zal ‘museaal en strak’ georganiseerd zijn. Behalve Apple-producten gaat het museum ook een bibliotheek herbergen met handleidingen en software. Bindels: “Dus als je thuis een systeem hebt staan uit 1984, dan kun je bij ons software komen kopiëren op een floppy.” 

Ook zullen bezoekers sommige systemen mogen aanraken. “Dat is natuurlijk fantastisch, zeker voor jongeren. We moeten nog bepalen welke dat zullen zijn. Natuurlijk niet de kwetsbaarste. Ik kan me voorstellen dat we van de Macintosh-reeks bijvoorbeeld de meest recente neerzetten als aanraakexemplaar.”

De Macintosh-reeks is, net als overigens de LISA, bijzonder, omdat dit de eerste personal computer was met een grafische user interface en een muis. Dat idee is zoals bekend niet afkomstig van Apple, maar van de onderzoekers van het Xerox Corporation Palo Alto Research Center (Xerox PARC). 

Tot ontzetting van deze onderzoekers moesten ze van hun directie een bezoek toestaan van een Apple-delegatie. De investeringstak van Xerox wilde namelijk dolgraag investeren in Apple, dat in die periode hoge ogen gooide met de Apple II. Jobs had daarmee ingestemd, onder de voorwaarde dat hij toegang kreeg tot het Xerox PARC-lab.

Xerox en Macintosh

De grafische user interface die de onderzoekers van Xerox PARC hadden bedacht, was mogelijk geworden dankzij bitmapping: daarbij bestond het scherm uit puntjes, in plaats van karakters. Daardoor kon je op het scherm opeens grafische objecten tonen, die je bovendien met de muis kon manipuleren.

Jobs was euforisch over wat hij in het lab te zien kreeg. “Jullie zitten op een goudmijn”, schreeuwde hij volgens ooggetuigen, zo staat in het boek van Isaacson. “Ik kan niet geloven dat Xerox hier geen profijt van heeft.” Uiteindelijk zou Xerox een zwakke poging daartoe doen. Ook al was de printerfabrikant daarmee veel eerder dan Apple – zowel de LISA als de eerste Macintosh liep ernstige vertraging op – toch maakte de Xerox Star weinig kans. De machine was traag – het duurde minuten om een bestand op te slaan. En dan werd het apparaat ook nog eens verkocht voor het astronomische bedrag van 16.595 dollar. 

Toen Jobs dan ook met zijn team een Xerox-dealer bezocht om de Star te bekijken, overviel hem een enorm gevoel van opluchting. “We wisten dat ze het niet goed hadden gedaan. En dat wij dat wel konden, voor een fractie van de prijs.”

Susan Kare was verantwoordelijk voor de iconen van de Macintosh-reeks.

Apple verfijnde de Xerox-concepten op allerlei fronten. Zo kon je op een Macintosh bestanden niet alleen verslepen, maar ze ook in mappen laten vallen. Daarnaast bedacht Apple de dubbelklik om bestanden en mappen te openen. Ook de muis werd geperfectioneerd. De Xerox Star-muis kostte 300 dollar, had drie knoppen en bewoog stroef. De Macintosh-muis had maar één knop, kostte 15 dollar en rolde een stuk beter. Job had dan ook van het ontwerpbureau geëist dat hij de muis niet alleen op een tafel van formica zou kunnen gebruiken, maar ook op zijn eigen spijkerbroek.

Daarnaast werden de esthetische eigenschappen van de Macintosh-GUI door Jobs op bijna maniakale wijze geperfectioneerd. Aan de kalligrafielessen die hij als student had gevolgd, had hij een enorme voorliefde voor grafische vormgeving overgehouden. De Macintosh kreeg daarom een reeks zorgvuldig ontworpen lettertypes, met namen als Chicago, New York, Geneva, London, San Francisco, Toronto en Venice. Ook liet hij ontwerpster Susan Kare iconen ontwerpen, waaronder de beroemde prullenbak.

1984 en de donkere periode erna

Ondanks alle tijd en aandacht die in het ontwerpproces waren gaan zitten, kon de Macintosh – die in 1984 op de markt kwam – het succes van de Apple II niet evenaren. Dat kwam vooral door de prijs. De eerste Mac had een computer voor de massa moeten worden, met een prijs van 1000 dollar. Het langdurige ontwerpproces van vijf jaar maakte het noodzakelijk dat bedrag te verdubbelen. En toen besloot Apple-topman Sculley – met wie Jobs een steeds stekeliger relatie begon te ontwikkelen – vlak voor de lancering ook nog eens dat de marketing- en promotiekosten in de prijs moesten worden verdisconteerd. 

De uiteindelijke prijs van 2495 dollar voelde voor Jobs als een grote fout. “Het is de belangrijkste reden dat de verkoop van de Macintosh vertraagde en Microsoft de kans kreeg de markt te gaan domineren”, vertelde hij later aan zijn biograaf Isaacson.

In mei 1985 werd Steve Jobs door CEO Sculley, met steun van de Raad van Bestuur, ontslagen. Hij werd verantwoordelijk geacht voor de vele vertragingen die waren ontstaan tijdens de ontwikkeling van de Macintosh, en die deels te wijten waren aan zijn perfectionistische instelling. Een veel belangrijker aanleiding was dat veel mensen inmiddels genoeg hadden van zijn tirannieke en gevoelloze gedrag. Jobs wisselde manische buien af met woedeaanvallen. Hij maakte er een gewoonte van om collega’s verbaal volledig met de grond gelijk te maken.

Toch ging Apple na het vertrek van Jobs een donkere periode in. Het bedrijf raakte steeds verder uit koers. Pas toen Jobs vanaf 1997 weer terugkeerde op het nest – na zowel NeXT als Pixar groot te hebben gemaakt – ontstond er weer lijn in het productaanbod, waarin door Jobs enorm gesnoeid werd.

Het betekende ook het begin van zijn intensieve samenwerking met ontwerper Jonathan Ive. Die bedacht onder meer de toegankelijke look and feel van de eerste iMacs. Die hadden een handgreep aan de bovenzijde – net zoals de Macintosh dat overigens had gehad. Dat was niet uit praktische overwegingen, maar om mensen het gevoel te geven dat zij controle hadden over de machine. Ook kwam met de iMac G3 letterlijk de kleur terug binnen Apple.

Gezocht: Apple I en LISA I

In de jaren na Jobs terugkeer volgden grote successen, onder meer met de introductie van de iPod, de iPhone en de iPad. Stuk voor stuk zetten deze innovatieve producten een nieuwe standaard, zowel qua functionaliteit als gebruiksgemak. Ook opende Apple vanaf 2001 Apple Stores op toplocaties over de hele wereld. 

Het bedrijf kreeg zo niet alleen meer controle over de distributie van producten, maar kon bovendien de winkelervaring van klanten exact bepalen. Door de stijlvolle inrichting en vernieuwende inrichting van de winkels, inclusief een Genius Bar voor technische ondersteuning, zette Jobs bovendien een nieuwe standaard op het gebied van retail.

Ondanks de vele vernieuwingen die Apple de afgelopen decennia heeft gebracht, werden nieuwe producten regelmatig behoorlijk sceptisch ontvangen. Amac-directeur Ed Bindels: “Dat geldt bijvoorbeeld voor de eerste iMac. Mensen vonden het ongehoord: een computer zonder floppy drive.”

Ook de eerste iPhone werd in eerste instantie lauw ontvangen. “Microsoft-topman Steve Ballmer voorspelde schaterlachend dat niemand ‘de duurste telefoon ter wereld’ zou kopen. En een deel van de journalisten was uiterst kritisch. Die kritische quotes wil ik graag tentoonstellen.”

Aan de collectie ontbreken nog een Apple I en een LISA I. “Als mensen die dit lezen er één hebben, dan kom ik graag met ze in contact.” Daarnaast zoekt Bindels nog een Pearcom, een (illegale) kloon van de Apple II. 

“Die ken ik zelf nog van vroeger. En het mooie is dat die van Nederlands fabricaat is. Dat is ook voor mij echt jeugdsentiment. Ik sprak laatst met de zoon van de toenmalige fabrikant. Hij heeft nog een brief liggen van Steve Jobs, waarin Jobs op hoge toon eist dat ze stoppen met de productie van die machines. Die brief hoop ik ook nog aan de collectie toe te kunnen voegen.”

Tekst: Jolein de Rooij

De beste draadloze oordopjes met noise cancelling getest

Jarno Duursma kloonde zichzelf met behulp van AI